 |

Leempleisters zijn een alternatief voor de pleisters
op basis van gips. Leem is ongebakken aarde, die
gedolven wordt in verschillende groeves in Europa.
Het bestaat voornamelijk uit klei, silt en zand. Klei
is het bindmiddel, zand, silt en eventuele kiezels
zijn de vulstoffen.
Afhankelijk van het merk, wordt soms het
onschadelijke methylcellulose (gebruikt voor
behangerslijm) toegevoegd om het stofgehalte van
leempleister te verminderen.
Leem is minder hard dan gebrande materialen,
zoals cement, kalk of gips. Hierdoor kan leem permanent
opnieuw gebruikt worden, wat ook
herstellingen en renovatie gemakkelijk maakt: bij bevochtiging kan leem gewoon opnieuw uitgesmeerd
worden.
|
 |
Leem kan zoals gips op verschillende ondergronden
gebruikt worden, zoals: beton, kalkzandsteen,
baksteen, gipsplaat, (oud) stucwerk, stromatten,
rietmatten.
Enkele bouwfysische kenmerken van
leempleisters:
Leem werkt vochtregulerend en is
dampdoorlatend. Het is ook het ideale
afwerkingsproduct voor gebouwen in strobalen.
Leem heeft een warmteregulerend vermogen.
Het is in staat warmte op te nemen, lang vast te
houden en weer af te geven.
|
 |
Leem heeft goede akoestische eigenschappen.
Leemproducten dragen bij tot de demping van
geluiden van buitenaf.
De samenstelling (voornamelijk zand en klei)
maakt dat leemproducten brandwerend zijn.
Studies hebben uitgewezen dat leem een
remmende werking heeft op elektromagnetische
velden.
Het voordeel van leem (de zachtheid en
oplosbaarheid in water, waardoor restauraties probleemloos mogelijk zijn) is tevens een nadeel: ze zijn minder dan gipspleisters bestand tegen mechanische belasting (bijvoorbeeld stoten met tafelhoeken, kindervoeten enz...).
|
 |